Vogels helpen in de winter

Artikelindex

Om de winter door te komen heeft elke vogelsoort zijn eigen aanpak.
Trekvogels
Er zijn veel vogelsoorten die wegtrekken naar het zuiden zoals Grutto’s, ooievaars en zwaluwen. Er zijn ook soorten die vanuit Scandinavië naar ons land komen zoals ganzen en eenden. Maar ook roodborstjes en mezen.
Standvogels
Andere vogels, zoals roerdomp en ijsvogel blijven hier het hele jaar. In strenge winters zijn ze kwetsbaar. Veel zangvogels trekken in de winter naar dorpen en steden. De ervaring heeft ze geleerd dat daar dan nog van alles te vinden valt.
Winterweer
Het landschap is veranderd en het wordt voor vogels steeds moeilijker om voedsel te vinden, zodat de zwakkeren een koude winternacht niet overleven of een nest met jongen niet groot kunnen brengen. Vogels zoeken in eerste instantie naar natuurlijk voedsel zoals insecten, zaden en vruchten.
In dit artikel leest u hoe u de vogels kunt helpen in de winter. 

 


Wanneer bijvoeren?

Er werd lange tijd gezegd dat je vogels alleen in de winter mag bijvoeren. Dit is echter niet zo. Het hele jaar door kunt u de vogels in uw tuin bijvoeren. Daardoor overleven er meer vogels in de winter, gaan er meer vogels broeden en verlaten er meer jongen het nest. Veel vogels gaan juist in het voorjaar dood, vanwege tekort aan zaden. Ook de rupsenpiek komt eerder in het seizoen, waardoor de vogels moeilijker hun jongen voldoende rupsen kunnen aanbieden. Vogels die bijgevoerd worden zijn niet afhankelijk daarvan. Slechts 20% van hun voedsel krijgen ze door bijvoeren. Door het hele jaar door te voeren voorziet u de vogels van een constant aanbod aan voedsel waar ze op terug kunnen vallen. Wanneer het aanbod aan natuurlijk voedsel te gering is, gaan ze op zoek naar ander voedsel, bijvoorbeeld het voer dat u ze aanbiedt. Mezen veranderen in de winter van voedsel; in plaats van insecten eten ze dan zaden en noten. Ze passen zelfs hun darmstelsel hierop aan!   


De voordelen van jaarrond voeren van vogels
In de wintermaanden vergroot het de overlevingskans.
In het voorjaar kunnen vogels meer jongen grootbrengen.
In het voorjaar kunnen ook zwakke vogels aansterken en een legsel uitbroeden.
In het voorjaar kunnen ouders hun jongen van genoeg voedsel voorzien, waardoor er meer jongen uitvliegen.
Aan het einde van de zomer kunnen de vogels extra energie opbouwen voor de najaarstrek.
In de herfst kunnen zwakke exemplaren overleven tijdens slecht najaarsweer.


Tips voor het voeren
Voeren mag op bescheiden schaal vanaf november (bijv. zaden), maar het is pas echt nodig als het langdurig vriest en/of sneeuwt.
Voer niet teveel tegelijk en liefst ’s ochtends (na een lange koude nacht hebben ze behoefte aan een stevig ontbijt) en tegen het einde van de middag. (zo kunen ze de nacht doorkomen)
Overdadig voeren kan muizen en ratten aantrekken.
Nieuw voer dus pas als het oude op is.
Geef geen voedsel waar zout in is verwerkt.In de kaas en het brood dat u voert zal al genoeg zout zitten.
Voer geen margarine, dat werkt als laxeermiddel.
Voedsel dat gemakkelijk bevriest, zoals appels, niet in te kleine stukjes voeren, maar als geheel.
Stop geleidelijk met voederen als sneeuw en ijs zijn verdwenen.


Hoe bijvoeren?
Vogels hebben hun eigen plaats om naar voedsel te zoeken.
U kunt het voedsel ophangen, zoals aan een ketting van pinda’s, vetbollen of netjes.
Er zijn ook vogels de het liefste van de grond eten. U kunt een stukje tuin sneeuwvrij maken, het liefst onder een beschutte plek zoals een heg of boom.
Natuurlijk is een voederhuisje of een voederplaats ook een goede manier van voeren.

Zorg er altijd voor dat er geen andere dieren bij kunnen komen, zoals katten, muizen en eekhoorntjes.

Naast voedsel hebben vogels water nodig. Dat is haast nog belangrijker dan het voedsel in een periode van vorst. Bij strenge vorst kunt u het vogelbadje afdekken met gaas, zodat vogels er niet in kunnen baden en vastvriezen.
Of je kunt met een waxinelichtje verhinderen dat het bevriest. Doe water in een laag bakje, zet in het midden het waxinelichtje en zet daaroverheen een omgekeerde (aardewerken) bloempot. Vogels kunnen dan uit de smalle rand drinken.

Zorg ook voor voldoende beschutting bij uw voederplaats. Veel vogels willen beoordelen of de situatie veilig is voordat ze gaan eten.

Wie eet wat?
Mussen eten brood en gemalen noten.
Duiven zoals houtduif en tortel eten graag zaden en vruchten en brood.
Spreeuwen eten brood, vetbollen en ongekookte havermout.
Roodborstje eet liefst ongekookte havenmout, bessen en vogelvoer voor insecteneters (dierenwinkel).
Merels eten heel graag rozijnen en appels (klokhuis).
Pimpelmeesjes en koolmeesjes eten vetbollen, pinda's, gemalen noten en vogelvoer voor insecteneters.
Een winterkoninkje en heggemus eten graag vruchten en insecten.

Waar moet ik verder aan denken?
Maak de voederplaats regelmatig schoon.
Door voor voldoende nestgelegenheid te zorgen lokt u meer vogels naar uw tuin, tevens zullen ze sneller weer terugkomen. Afwisseling van bomen en struiken in een tuin zorgen voor voldoende nestgelegenheid, schuilplekken en voedsel.
Ruim de tuin pas na de winter op, er zit veel voedsel tussen de takjes en blaadjes.
Geef in het voorjaar geen pinda’s, de jongen kunnen daarin stikken.
Geef de vogels geen margarine, dat werkt laxerend. 

Vogelvoer bestellen:
www.vivara.nl    (ook voor nestkastjes e.d.)

Wat is/doet het IVN?

IVN 's-Hertogenbosch
IVN 's-Hertogenbosch is een vereniging met als doel natuur- en milieu-educatie.

Actieve vrijwilligers
IVN 's-Hertogenbosch bestaat uit actieve vrijwilligers. Onze vereniging kent zowel volwassen leden als jeugdleden.

Wat staan we voor?
Wij willen iedereen stimuleren de natuur te ontdekken rond de thema's educatie en bescherming.

 

button lid worden button lid worden
button lid worden button lid worden button natuurbeleving voor bijzondere groepen

Facebook logo 150   facebookbutton

 

   

Contact met IVN 's-Hertogenbosch e.o.